Werkbladen - Benchmark
Introductie
Het onderdeel Benchmark binnen LeisurePeaks bestaat uit 10 werkbladen. De opbouw van deze werkbladen is grotendeels gelijk, het verschil zit vooral in het kengetal dat centraal staat. Daarom beschrijven we ze in één artikel.
Dit artikel legt uit hoe de werkbladen zijn opgebouwd en wat je erop ziet. De definities van de kengetallen (bezetting, ADR, RevPAR, omzet per eenheid en de bijbehorende indexen) staan in Benchmark – KPI's en kengetallen. De randvoorwaarden van de benchmark staan in Benchmark – Algemene richtlijnen.

Belangrijk voordat je begint en tips
Eén benchmarkset tegelijk. Op alle werkbladen wissel je van benchmarkset via de selectiebalk links onderin. Er is altijd maar één benchmarkset actief. Wil je je resultaat tegen meerdere sets afzetten, wissel dan en vergelijk de uitkomsten na elkaar.

Selecteer altijd maar één jaar. Zo vergelijk je jouw prestaties met de markt binnen hetzelfde jaar. Selecteer je meerdere jaren, dan worden die opgeteld en zijn de uitkomsten niet meer te interpreteren.
Let op toekomstige perioden (forward looking). Voor toekomstige verblijfsperioden worden geen omzetgerelateerde kengetallen getoond. ADR, RevPAR en omzet per eenheid zijn dus alleen beschikbaar voor historische perioden; bezetting is wel vooruit te bekijken. Zie Benchmark – Algemene richtlijnen.
Gebruik de snelknoppen bovenin. Met de snelknoppen bovenaan het scherm wissel je snel tussen de werkbladen binnen de benchmark, met behoud van je selectie.

Overzicht van de werkbladen
| # | Werkblad | Kengetal | Index | Type |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Benchmark algemeen | Alle vier | MPI, ARI, RGI, RUI | Overzicht |
| 2 | Bezetting | Bezetting | MPI | Hoofdwerkblad |
| 3 | Bezetting – details | Bezetting | MPI | Detail |
| 4 | ADR | ADR | ARI | Hoofdwerkblad |
| 5 | ADR – details | ADR | ARI | Detail |
| 6 | RevPAR | RevPAR | RGI | Hoofdwerkblad |
| 7 | RevPAR – details | RevPAR | RGI | Detail |
| 8 | RevPAR – analyse | RevPAR | RGI, MPI, ARI | Analyse |
| 9 | Per object | Omzet per eenheid | RUI | Hoofdwerkblad |
| 10 | Per object – details | Omzet per eenheid | RUI | Detail |
Voor elk kengetal zijn er dus altijd twee werkbladen: een hoofdwerkblad en een detailwerkblad. RevPAR heeft daarnaast een extra analysewerkblad.
1. Werkblad – Benchmark algemeen
Waarvoor? Het totaaloverzicht en het startpunt van de benchmark. In één scherm zie je hoe je op alle vier de kengetallen presteert ten opzichte van de markt.
KPI's (bovenin) Per kengetal — bezetting, ADR, RevPAR en omzet per object/eenheid — zie je:
- je eigen prestatie en die van de markt
- de absolute afwijking
- de index
Visualisatie Een grafiek met de indexen en een referentielijn op 100 (de markt). Alles rechts van de lijn presteert beter dan de markt, alles links van de lijn slechter. Groen is beter, rood is slechter.
Wat kun je ermee? Bepaal in één oogopslag waarop je een verdiepende analyse zou moeten doen. Zie je bijvoorbeeld een MPI boven de 100 maar een ARI eronder, ga dan door naar het ADR-werkblad.

2. Hoofdwerkbladen per kengetal
Deze toelichting heeft betrekking op de werkbladen Bezetting, ADR, RevPAR en Per object. De opbouw is identiek; alleen het kengetal verschilt.
KPI's (bovenin)
Elk hoofdwerkblad toont vier KPI's:
| KPI | Inhoud |
|---|---|
| 1 | Je eigen prestatie en die van de markt |
| 2 | Absolute afwijking van jou ten opzichte van de markt (in procentpunt bij bezetting, in € bij de overige) |
| 3 | Relatieve afwijking van jou ten opzichte van de markt (%) |
| 4 | De index (MPI, ARI, RGI of RUI) |
Weergaven
Het verschil met de markt kun je op drie manieren bekijken:
- Per benchmarktype (linksboven) – vergelijk per type accommodatie met de markt.
- Per eigen aanbod – met drill-down van park naar objectcategorie naar objecttype.
- Per verblijfsperiode (onderin) – zie in welke perioden je voor- of achterloopt.
De grafieken volgen dezelfde weergaven als de KPI's.
Met de knoppen onder de KPI's wissel je van weergave.

Wat kun je ermee? Signaleer waar het verschil met de markt ontstaat: bij een specifiek accommodatietype, bij één park, of in een bepaalde periode van het jaar.

3. Detailwerkbladen per kengetal
Deze toelichting heeft betrekking op de werkbladen Bezetting – details, ADR – details, RevPAR – details en Per object – details. Ook hier is de opbouw identiek.
Heatmap (bovenin)
Wat zie je? Een heatmap dat de prestaties van objecttypen (rijen) en verblijfsperioden (kolommen) in één weergave visualiseert. De celwaarde is het indexgetal, met kleurcodering van rood (slecht), via oranje/geel (in lijn met de markt), naar groen (heel goed).
Wat kun je ermee? Vind precies de combinatie waar het misloopt: welk objecttype in welke periode. Zoek naar rode rijen (structureel probleem bij een type) en rode kolommen (probleem in een bepaalde periode).
Detailtabel (onderin)
Wat zie je? Een tabel met alle KPI's van dit kengetal, uitgesplitst naar objecttype en verblijfsperiode.
Wat kun je ermee? Onderbouw wat je in de heatmap ziet met de onderliggende cijfers en exporteer eventueel de gegevens voor verdere analyse.

4. Werkblad – RevPAR analyse
Deze toelichting heeft betrekking op het werkblad RevPAR analyse. Dit werkblad bestaat alleen bij het kengetal RevPAR.
Waarvoor? RGI is opgebouwd uit twee componenten: MPI (volume) en ARI (prijs). Dit werkblad laat zien waaruit je RGI is opgebouwd, zodat je weet of je stuurt op prijs of op bezetting.
Scatterplots
Wat zie je? Twee scatterplots onder elkaar: bovenin per objecttype, onderin per verblijfsperiode.
- X-as = ARI (prijs)
- Y-as = MPI (bezetting)
Er ontstaan vier kwadranten:
| Kwadrant | Kleur | Betekenis |
|---|---|---|
| Rechtsboven (hoge ARI, hoge MPI) | Groen | Prijs én bezetting boven de markt. |
| Linksboven (lage ARI, hoge MPI) | Geel | Je hebt een hogere bezetting, maar tegen een lagere prijs dan de markt. |
| Rechtsonder (hoge ARI, lage MPI) | Geel | Je hebt een hogere prijs dan de markt, maar tegen een lagere bezetting dan de markt. |
| Linksonder (lage ARI, lage MPI) | Rood | Prijs én bezetting onder de markt. |
De kleur van het punt volgt de RGI: rood = RGI onder de 100, groen = RGI boven de 100.
Barcharts
Wat zie je? Links van elke scatterplot staat een horizontale staafgrafiek met de RGI, met een indicator voor de markt. De barchart gebruikt dezelfde dimensie als de scatterplot ernaast (objecttype boven, verblijfsperiode onder). Ook hier geldt: rood = RGI onder de 100, groen = RGI boven de 100.
Wat kun je ermee?
- Lees links af hoe groot de afwijking is (RGI) en rechts waardoor die ontstaat (prijs of volume).
- Punten in het gele kwadrant vragen om een keuze: accepteer je de ruil tussen prijs en bezetting of stuur je bij?
- Punten linksonder hebben prioriteit: daar blijven beide componenten achter.

Leeswijzer & kleine tips
- Controleer altijd je selectie: één jaar, één benchmarkset. Onverwachte uitkomsten komen hier vaak vandaan.
- Index 100 is de markt. In elke grafiek en heatmap is 100 het referentiepunt, niet nul.
- Procentpunt is geen procent. Bij bezetting is de absolute afwijking in procentpunt, de relatieve afwijking in procent. Zie Benchmark – KPI's en kengetallen.
- Weinig eenheden binnen een type, grote variatie. Bij weinig eenheden of weinig boekingen schommelen indexen sterk. Beoordeel die in dat geval niet op één periode.
- Toekomstige perioden. Zie je op de ADR-, RevPAR- of Per object-werkbladen lege perioden? Controleer of je selectie in de toekomst ligt.